Wie

 

uitnodiging

tonjakivits

 

Tonja Kivits heeft vele artikelen, essays gepubliceerd, naast ook haar boeken – zie verder onder het kopje publicaties.

Ze werkte ook als recensente 25 jaar voor Dagblad Trouw. Haar passie om haar gedachtegoed te doorvorsen blijft gestadig doorgaan.

In deze website wordt u daarom uitgenodigd om met haar samen de zoektocht aan te gaan naar de ondoorgrondelijke raadsels van het leven en  de psyche. Van de zin van mijn bestaan via de vraag naar wie ben ik naar, wat de schrijver Stefan Zweig in zijn ‘Schaaknovelle’ zo treffend zegt: “Oud worden betekent immers niets anders dan geen angst meer hebben voor het verleden”. 

 

‘Het zand stroomt door het uurglas, een ritselende, rossig getinte nevel, die eerst op de bodem van de zandloper een nauwelijks zichtbare laag vormt, dan geleidelijk aan een bergje, steeds hoger, steeds steiler; eer men het goed beseft is de onderste glazen bol geheel vervuld en is er een uur verstreken, een lang, kostbaar uur van het leven, dat plotseling uit een afschrikwekkend groot aantal van zulke uren schijnt te bestaan. Aan wie dat leven toebehoort, ziet het zand neerritselen met een gevoel waarin angst, spijt, ongeduld en wanhoop zijn gemengd; hoe onbarmhartig langzaam, hoe onbarmhartig snel tevens, de tijd voorbijgaat. In dat achtvormige glas worden de uren geteld; de teloorgegane uren vormen samen dagen, die dagen rijen zich aaneen tot weken, de weken worden maanden en reeds maken de maanden zich op om, een twaalftal, hun weegs te gaan als jaar.’  (Hella Haasse ‘Het woud der verwachting.’)

 

Dat men leeft is toeval, dat men sterft is zeker’

“Het leven zoals ons is opgelegd is te moeilijk voor ons, bezorgt ons te veel verdriet, teleurstellingen, onoplosbare problemen,” schreef Sigmund Freud (1856 – 1939) mistroostig aan het eind van zijn leven. Of zoals NRC-columnist Henk Hofland eens verzuchtte: “Het is te veel voor een mens alleen.”

Toch springen we niet massaal van de hoogste toren af, maar blikken we welgemoed en vol vertrouwen naar de toekomst. Dat komt omdat we onszelf een hele hoop wijsmaken. We fantaseren er lustig op los. Zo blijven we, tegen beter weten in, allerlei dure loten kopen omdat we de illusie hebben dat we eens die felbegeerde miljoenen zullen winnen. Of fantaseren we dat de ziekte van Alzheimer of kanker aan ons voorbij zullen gaan. 

Illusie en troost lopen als een rode draad door ons leven. Kleine kinderen vinden troost in hun speelgoedbeestje of knuffeldekentje waaraan ze sabbelen of wrijven. Het geeft hen de illusie dat ze zich veilig voelen ook al is mama of papa niet direct in de buurt. Pubers hebben een andere oplossing gevonden: de computer, wat de term ‘cyberjunk’ en in therapieland de diagnose ‘computerverslaving’ al heeft verworven. En is chatten en zwerven over het web ook voor volwassenen een vanzelfsprekende daginvulling geworden. 

Toch kunnen we niet langer onze ogen sluiten voor de barre, broze werkelijkheid. Klimaatverandering is het woord dat we immers dagelijks op de voorpagina’s van kranten en in nieuwsuitzendingen aantreffen, terroristische aanslagen ons bestaan bedreigen, en ‘opsporing verzocht’ en ‘opgelicht’ al jarenlang zeer populaire en de meest bekeken programma’s op de t.v. zijn. Een vlucht in onze fantasieën waar dromen nog werkelijkheid kunnen lijken is voor menigeen danook een welkom geschenk. De populariteit van computer of de I-phone als illusie en troost wordt geëvenaard door druk bezochte fitnesscentra, het constant raadplegen van dieet- en afslankcursussen, en de beauty-operaties met name als de haren grijzen en de vetrollen toenemen. Want we willen allemaal wel heel oud worden maar niemand wil oud zijn. We hunkeren, aangespoord door reclame en moraliserende uitspraken van medici en gezondheidswetenschappers, naar een eeuwige jeugd in de zin van eeuwigdurende vitaliteit. zoals nu in een t.v. topic van ex-voetballer Jan Mulder weer klakkeloos tentoongespreid wordt, alsof hij nog nooit van ‘het Dorian Gray-complex’ heeft gehoord. 

In ‘The picture of Dorian Gray’ beschrijft de Britse auteur Oscar Wilde (1856-1900) de lotgevallen van Dorian Gray die, toen hij nog jong en knap was, zich wil laten vereeuwigen. Hij uit de wens dat niet hij maar degene op het schilderij oud en aftands zal worden. Hetgeen geschiedt. De man op het schilderij wordt steeds ouder, getekender, en verlopener.  Het boezemt Gray dermate angst in dat hij besluit het schilderij in zijn kinderkamer achter slot en grendel op te bergen. Daarmee zet hij de tijd stil en kan hij zich voor altijd wanen in de volle glorie van zijn heerlijke jeugd en schoonheid, legt Wilde uit. 

Zoals te verwachten was loopt het niet best af met Wilde’s hoofdpersoon. Want leert de psychoanalyse niet dat het rouwen om wat geweest is een van de noodzakelijke voorwaarden is om vooruit te kijken in dit leven. Wie kan rouwen en afscheid kan nemen, kan zich weer openstellen voor een nieuwe uitdaging. Rouwen doen we ons hele leven. Leven is rouwen. Elk afscheid betekent immers weer de geboorte van een herinnering, om met de woorden van Salvador Dali (1904-1989) te spreken.